Historiek

Vanwaar de naam “de Slagmolen?”

Vroeger stond er op ons vorig domein een slagmolen. Die moet ontstaan zijn tussen het jaar 1000 en 1300. De slagmolen – de naam spreekt voor zich – was geen graanmolen. Er werd wel olie geperst uit zaden en vruchten (lijnzaad, okkernoten….). Na het pletten van de “grondstof” tussen de molenstenen waarbij olie werd gewonnen, gingen de uitgeperste resten naar de slaginstallatie. Daar werden de zogenaamde oliekoeken geproduceerd. Ze werden gebruikt als extra voeder voor de dieren tijdens de wintermaanden. Het water deed het toestel draaien en alle 20-30 seconden viel op de te bewerken oliekoek een houten dam af. welke aan de koek de nodige vastheid gaf. Die slag hoorde je van in de verte…

In de 16de, 17de en 18de eeuw was de slagmolen eigendom van de land-commanderij van Alden Biesen. De toenmalige landcommandeur liet in 1715 de molen en het molengebouw restaureren. Het wapen van Alden Biesen dat samen met het jaartal 1715 boven de toegangsdeur werd aangebracht. is tot op heden bewaard gebleven.

Vanaf medio 19de eeuw werden er strenge(re) eisen gesteld aan de technische uitrusting van o.a. water-molens. Stringente controles van overheidswege leidden tot ingrijpende en dure herstellingen. Eigenaren konden of wilden deze zware investeringen niet meer opbrengen en deden hun molens van de hand. Zo werd de slagmolen nog voor de Eerste Wereldoorlog verkocht aan een landbouwer uit Rooi onder Bilzen. Pierre Theunissen-Thijs. Geleidelijk aan werd het procédé van olie slaan ingehaald door nieuwe technieken van moderne industriële omvang. De familie Theunissen had blijkbaar een vooruitziende blik. want zij begon in 1922. naast het slaan van olie, met de uitbating van een zagerij. Er werd een raamzaag geïnstalleerd die in beweging werd gebracht door een 26 meter lange as die verbonden was met het watermolenrad. In 1933 werd definitief gestopt met de productie van olie. Dit gebeurde onder Mathieu Theunissen, geboren in Bilzen in 1899 en gehuwd met Maria Philips. Hij was in Bilzen algemeen bekend als “Matsjeu aut de slaogmiële”. Nadat het molenrad kwam “droog” te staan, werd overgeschakeld op elektriciteit als krachtbron.

Hun zoon Chrétien nam de zagerij in de jaren ’60 over. Samen met zijn vrouw Mariëtte Swinnen maakten ze er een bloeiende houthandel-zagerij van.

Heden ten dage wordt de zaak uitgebaat door hun 2 zonen Luc en Raf en schoonzoon Guy Vanspauwen.